Walter Kempenaar Realistisch duurzaam
Als nieuweling in de Aardappeltelerscommissie (ATC) is het nu mijn beurt een column te schrijven, en ik begin dan ook met mezelf voor te stellen. Mijn naam is Walter Kempenaar, 54 jaar oud en woonachtig in Zeewolde. Samen met mijn broer hebben we daar een akkerbouwbedrijf van ruim 100 hectare. Naast friet-aardappels voor onder andere Aviko verbouwen we zaaiuien, winterpeen, suikerbieten, wintertarwe, doperwten en tulpen voor de verhuur. De aardappels, uien en winterpeen worden op het bedrijf opgeslagen.
In seizoen 2023/2024 heb ik als ‘stagiair’ meegelopen in de ATC om het stokje van Henk Meijer over te nemen. In juli 2024 ben ik tijdens de jaarvergadering in de Meerpaal te Dronten officieel benoemd als ATC-lid. Naast het bedrijf en de ATC ben ik namens BBB lid van het Algemeen Bestuur van waterschap Zuiderzeeland.
In een tijd waar het duurzaamheidsdenken overal de kop op steekt, en ook de aardappelsector niet achter blijft wil ik daar enkele zaken over benoemen en onder de aandacht brengen.
Het staat buiten kijf dat het belangrijk is om met elkaar na te denken over duurzaamheid, de samenleving vraagt hier immers om. Het minder inzetten van energie, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen (inputs) voor de aardappelteelt is een heel goed streven. Iedere ondernemer doet en deed dat altijd al, inputs zijn immers over het algemeen kosten, en als je de kosten kan verlagen met behoud van kwaliteit en opbrengst, geeft dat uiteindelijk een beter resultaat.
Inmiddels zijn er vele initiatieven opgestart om voor te sorteren op toekomstige wet- en regelgeving, opgesteld door de landelijke overheid. De afgelopen jaren heeft dat politiek gezien veel aandacht gekregen en is er beleid vastgelegd om in de toekomst als leverancier aan te moeten voldoen. Duurzaam wordt vaak gezien als vermindering van input, zonder te overzien wat de gevolgen zijn voor opbrengst en kwaliteit. Vermindering van input geeft vaak ook een opbrengst- of kwaliteitsverlies en een verhoogd teeltrisico. Dit is een van de redenen waarom duurzaamheid niet gratis kan zijn, en kwaliteiten die we nu kennen/eisen niet altijd gewaarborgd kunnen blijven. Vooral in de open teelten, zoals de teelt van aardappelen, zijn we overgeleverd aan de grieven van het weer en de gevolgen daarvan. Verder zijn naar mijn mening teeltsystemen met minimale input, niet per definitie duurzaam.
Ik ga proberen een en ander te verduidelijken met een voorbeeld. In teeltjaar 2023 was er een heel groot probleem met Phytophthora, dat sector breed net aan goed is afgelopen, maar individueel grote problemen heeft opgeleverd, tot 100% oogstverlies aan toe. Voor teeltjaar 2024 was het daarmee vanaf het begin alle hens aan dek om de ziekte in bedwang te houden. Intensieve spuitschema’s werden aangehouden, de druk was immers hoog in verband met latente aanwezigheid van de ziekte en slechte weersomstandigheden vanaf de opkomst van het gewas. De schema’s waren intensief om alle fysio’s van Phytophthora goed te lijf te kunnen gaan, resistenties en nieuwe fysio’s te voorkomen en te voldoen aan bestaande wet-en regelgeving. Als we dit hadden moeten doen met de duurzaamheidsambitie van 50% reductie op gewasbeschermingsmiddelen, was de teelt totaal mislukt, met als gevolg geen opbrengst voor de teler, geen product te verwerken voor onder andere Aviko en geen friet, of heel duur en van ver, voor de consument. Met dit voorbeeld wordt ook duidelijk hoe onhaalbare ambities en doelen, de voedselzekerheid in gevaar kan brengen. Een soortgelijk voorbeeld is te bedenken voor zaken als onder andere bemesting en insectenplagen, en voor vele andere gewassen.
Het punt dat ik wil maken is, als we zomaar bepaalde ambities opschrijven, zonder de gevolgen of realiteit te overzien gaat het vroeg of laat mis. Eerst redden we ons er wel mee, maar na verloop van tijd vliegen we sectorbreed of zelfs samenlevingbreed tegen een muur aan. Dat gaat dan onverwachts en heel hard. Eerst lijken maatregelen als onder andere Kader Richtlijn Water (KRW) en de actieprogramma’s Nitraatrichtlijn ver weg, maar opeens is het zover zonder dat de gevolgen van ambitieuze normen en generieke knellende wetgeving goed zijn overzien. De gevolgen voor de sector, maar uiteindelijk voor de gehele samenleving, komen pas aan het licht als het te laat is.
De ambities die we als luxe en moderne samenleving na willen streven zullen realistisch en haalbaar moeten zijn, zonder dat we elkaar voor de gek houden. Als iets niet haalbaar blijkt te zijn, of onrealistisch is, zullen we dat ook duidelijk aan moeten geven, zonder het issue onder het kleed te schuiven. Hier ligt een opdracht voor ons als telers, maar zeker ook voor de organisaties en instellingen zoals WUR, LTO, NAV, BO akkerbouw, VAVI en EUPPA om deze problematiek voor het voetlicht te brengen. Daarbij komt, als we de input van onder andere gewasbescherming en meststoffen willen verlagen, dat tools als moderne veredelings technieken meer ruimte en ondersteuning moeten krijgen. Ook praktisch onderzoek naar, en toelating van, groene toepassingen van gewasbescherming en bemesting waar telers direct resultaat van kunnen boeken zal gestimuleerd moeten worden. Juist hier knelt het, er wordt veel verboden en uitgefaseerd, maar voor innovatie en ontwikkeling is nauwelijks ruimte. Enerzijds omdat het erg kostbaar is, anderzijds omdat het tijdrovend is. Als onze samenleving veel van ons vraagt wat betreft duurzaamheid, zal diezelfde samenleving, met de overheid voorop, alle initiatieven met realistisch beleid èn met voorrang moeten ondersteunen om tot de juiste realistisch duurzame resultaten te komen. Het kan en mag niet zo zijn dat de kosten en risico’s van verduurzaming volledig op het bord van de sector terecht komen.
Kortom, op naar een realistisch duurzame aardappelteelt met een goed toekomstperspectief, een eerlijk verdienvermogen, gedragen door, en met inzet van de gehele samenleving.
Ik wens u allen een goed teeltjaar 2025 toe!
Walter Kempenaar