Cookies

Deze site gebruikt cookies waar we je toestemming voor nodig hebben.

Rassen Saprodi

Eigenschappen

Afrijping 4 (laat)
Schilkleur Geel
Vleeskleur Lichtgeel
Aantal kn/pl 14
Stootblauw 5
Rooibeschadiging 5
Rel. opbrengst Hoog
OWG 500
Phytophthora-loof 6,5
Phytophthora-knol 7
Alternaria 5
Schurft 7
Ro 1/2/3/4, Pa2/3 HR
Wratziekte f1, 6, 18 R
Kringerigheid 5
Y-virus 7,5
Kiemrust 8
Bewaarbaarheid 6,5

Plantafstanden

(afhankelijk van het aantal knollen per 10 kg)

Maat 75 cm rug Planten per hectare pl/ha
28/35 20 cm 66.000 pl/ha
35/55 33 cm 40.000 pl/ha

Bemestingrichtlijn

(Advies sterk afhankelijk van bodemanalyse)

Meststof kg/ha Toepassing 1e Toepassing 2e
N 170-200 2/3 1/3
P₂O₅ o.b.v. bodemanalyse 4/4
K₂O 200-240 3/4 1/4
MgO 70 kg/ha

Aardappelmoeheid

Ro1 Ro2,3 Pa2 Pa3
9 9 9 9

Wratziekte

F1 F2/6 F18
10 10 10

Aandachtspunten

Poten

  • Pootgoed poten in het witte‑puntjesstadium, in goede structuur en onder droge omstandigheden.

Teelt

  • Niet gevoelig voor Sencor.

  • 2e N-gift na knolzetting.

  • Zeer gevoelig voor bonenspintmijt. Preventieve bestrijding met natuurlijke vijanden wordt aanbevolen.

Oogst & bewaring

  • Doodgespoten perceel goed laten afharden; Saprodi is gevoelig voor rooibeschadiging en stootblauw. Rooi alleen bij droog weer.

  • Na oogst zo snel mogelijk droog draaien en droog houden; indien nodig met kachel.

  • Na wondheling geleidelijk terugkoelen en bewaren bij een stabiele temperatuur van 7 °C.