26-09-2026 In gesprek met Théophile Vanbockstael
Met meer dan 250 veldmonsters per twee weken en wekelijkse proefrooiingen vormt groeimonitoring een belangrijke bron van informatie voor Aviko. Het geeft inzicht in de ontwikkeling van opbrengst, kwaliteit en knolgroei in de belangrijkste aardappelteeltgebieden van Europa. Een van de mensen die dagelijks met deze data werkt is Théophile Vanbockstael, agronoom binnen de afdeling Agronomie van Aviko.
We spraken met Théophile over zijn werk, de huidige stand van het gewas en wat de cijfers ons vertellen over het uitdagende groeiseizoen van 2026.
Kun je iets vertellen over jouw rol binnen Aviko?
"Ik werk inmiddels vier jaar op de afdeling Agronomie van Aviko. Mijn werkzaamheden zijn heel divers. Zo houd ik me bezig met rassenonderzoek, analyseer ik data uit onze proeven en monitor ik de prestaties van nieuwe aardappelrassen. Daarnaast ben ik betrokken bij de registratie van perceelgegevens en stel ik rapportages op voor onze groeimonitoring."
Je bent nauw betrokken bij de groeimonitoring. Hoe werkt dat precies?
"Elke twee weken worden meer dan 250 monsters verzameld verspreid over verschillende rassen, regio's en marktsegmenten in de vier belangrijkste aardappelteeltgebieden voor Aviko. Onze buitendienstmedewerkers nemen de monsters in het veld, waarna deze in het laboratorium worden geanalyseerd.
Daarbij kijken we onder andere naar opbrengst, knolmaatverdeling en onderwatergewicht. Door deze gegevens gedurende het seizoen consequent te volgen, kunnen we veranderingen in opbrengstpotentie en kwaliteit goed in kaart brengen."
Wat vertellen de huidige groeimonitoringscijfers over dit teeltjaar?
"Opbrengst, knolaantal en sortering zijn allemaal belangrijke indicatoren. Dit seizoen zal zonder twijfel worden herinnerd als een historisch uitdagend jaar, waarin één aspect er duidelijk uitspringt: de knolmaat.
De huidige cijfers laten zien dat de opbrengsten aanzienlijk onder het gemiddelde liggen. De grootste uitdaging is echter niet alleen het opbrengstniveau, maar vooral de uitzonderlijk kleine knolmaat. Zelfs bij rassen die qua opbrengst relatief goed presteren, zien we knollen die kleiner zijn dan gebruikelijk. Dat heeft direct invloed op de sortering, de verwerking en uiteindelijk ook op de waarde van de oogst."
Zijn er rassen die dit seizoen beter presteren dan andere?
"In algemene zin zien we dat rassen met een lagere knolzetting dit jaar vaak iets beter presteren. Door de uitzonderlijk hoge knolzetting die we in veel percelen zien, moeten planten hun beschikbare water en voedingsstoffen over veel knollen verdelen. Rassen met minder knollen lijken daar dit seizoen beter mee om te gaan.
Tegelijkertijd blijven de verschillen tussen percelen groot. Bodemtype, waterbeschikbaarheid en lokale omstandigheden spelen een belangrijke rol. Daardoor kunnen ook binnen hetzelfde ras aanzienlijke verschillen optreden."
Zie je verschillen tussen landen en regio's?
"Absoluut. Zelfs binnen hetzelfde ras kunnen de prestaties sterk verschillen tussen regio's. De impact varieert aanzienlijk tussen rassen, regio's, bodemtypen en tussen beregende en onberegende percelen.
Zo zien we bijvoorbeeld dat het onderwatergewicht in Frankrijk en België jaarlijks gemiddeld hoger ligt dan in Nederland."
Waar kijken jullie de komende periode nog extra naar?
"De uiteindelijke kwaliteit van de aardappelen blijft een belangrijk aandachtspunt. Sommige kwaliteitsaspecten worden pas zichtbaar nadat aardappelen enige tijd in bewaring hebben gelegen.
We zien momenteel al enkele aandachtspunten zoals doorwas en drijvers, en vragen rondom bijvoorbeeld bakkleur en bewaarbaarheid. Deze aspecten zullen pas duidelijker worden na een langere bewaarperiode en verdere monitoring. Daarom blijven we de ontwikkelingen nauwgezet volgen."
Tot slot: welke ontwikkelingen binnen de aardappelteelt en het klimaat zullen volgens jou de komende jaren steeds belangrijker worden?
“We moeten de rassen die we telen voortdurend verbeteren om ons aan te passen aan veranderende omstandigheden. Rassen vormen de sleutel om met de huidige klimaatverandering om te gaan. Het is belangrijk om meer robuuste rassen te ontwikkelen en te selecteren die beter bestand zijn tegen hitte, droogte en andere omgevingsstressfactoren, terwijl opbrengst en kwaliteit behouden blijven.
Voor dit seizoen geldt: elke aardappel telt. We kunnen de omstandigheden niet veranderen, maar we kunnen wel samen zorgen dat we het maximale halen uit wat het gewas ons dit jaar geeft."