26-09-2026 Behoud van aardappelkwaliteit: van veld tot bewaring
De kwaliteit van aardappelen wordt niet op één moment bepaald. Van groei en oogst tot bewaring: elke stap in de keten heeft invloed op de uiteindelijke verwerkingskwaliteit. Daarom is het belangrijk om niet alleen naar afzonderlijke momenten te kijken, maar naar het totaalplaatje van teelt, oogst en bewaring.
Kwaliteit begint in het veld
Veel kwaliteitsverschillen ontstaan al tijdens het groeiseizoen. Extreme omstandigheden zoals droogte en hitte kunnen het normale groeiproces verstoren en leiden tot afwijkingen zoals doorwas, glazigheid of afwijkende knolvormen.
Het groeiseizoen van 2026 laat opnieuw zien hoe groot de verschillen tussen percelen kunnen zijn. Dit zien we terug in uiteenlopende knolaantallen, maatsorteringen en opbrengstverwachtingen.
Een goede voorbereiding op de oogst
De conditie van de aardappel voorafgaand aan de oogst heeft grote invloed op de gevoeligheid voor beschadigingen en bewaarverliezen. Factoren zoals het droge stofgehalte, de schilvastheid en de knolvorm, in combinatie met de oogstomstandigheden, bepalen hoe goed een partij bestand is tegen de volgende stappen in de keten.
Belangrijkste aandachtspunten
Meten is weten: laat het onderwatergewicht (OWG) tijdig bepalen, bij voorkeur vóór het loofdoden en in ieder geval vóór de oogst.
Houd voldoende tijd tussen loofdoding en rooien, minimaal 2 tot 3 weken, afhankelijk van ras en stand van het gewas op het moment van doodspuiten.
Voorkom beschadigingen tijdens de oogst
Tijdens het rooien, transporteren en inschuren zijn de aardappelen gevoelig voor blauw en rooibeschadiging. Probeer dit zoveel mogelijk te beperken.
Belangrijkste aandachtspunten
Oogst bij voorkeur bij knoltemperaturen van 15 tot 20 °C. In het algemeen geldt: hoe lager de knoltemperatuur, hoe gevoeliger de knol is voor blauw en beschadiging.
Houd voldoende grond in de rooimachine.
Beperk valhoogtes tot een minimum en voorkom harde overgangspunten.
Zorg voor een gelijkmatige productstroom, waarbij de aardappelstroom zoveel mogelijk in een rechte lijn loopt.
Laat de stortbak tussen twee kippers niet volledig leegdraaien tijdens het lossen.
Bewaring: kwaliteit behouden na de oogst
Na de oogst blijven aardappelen een levend product. Tijdens de bewaring vinden natuurlijke processen plaats zoals ademhaling, vochtverlies en veranderingen in het suikergehalte. Daarnaast kunnen eerder opgelopen beschadigingen de gevoeligheid voor rot vergroten. De kwaliteit waarmee een partij de bewaring ingaat, is daarom vaak bepalend voor het verdere verloop van de opslagperiode.
Belangrijkste aandachtspunten
Vul bewaarcellen zo snel mogelijk om de partij snel in stabiele bewaaromstandigheden te brengen.
Beperk temperatuurverschillen tussen het product en de bewaarcel om condensvorming en kwaliteitsverlies te voorkomen.
Zorg voor een goede wondheling en koel de partij niet te snel in.
Vermijd overmatige ventilatie.
Houd rekening met de relatie tussen bewaartemperatuur, suikeropbouw en eindbestemming van de partij.
Stem kiemremming en CO₂-beheer zorgvuldig op elkaar af.
Kwaliteit monitoren gedurende de keten
Kwaliteitscontrole helpt om afwijkingen en risico's tijdig in beeld te krijgen. Door op verschillende momenten in het seizoen monsters te nemen, ontstaat een beter beeld van de conditie van de partij en eventuele ontwikkelingen tijdens oogst, opslag en uitschuren. Ook de analyse van bewaarmonsters levert hierbij waardevolle inzichten op.
Belangrijkste aandachtspunten
Neem monsters op verschillende momenten in het seizoen.
Controleer tijdig op kwaliteitsafwijkingen zoals glazigheid, rooibeschadigingen of blauwschade.
Kwaliteit is het resultaat van de hele keten
De uiteindelijke kwaliteit van een partij aardappelen is het resultaat van alle stappen tussen veld en bewaarschuur. Omstandigheden tijdens de teelt, de manier van oogsten en transport, en het verloop van de bewaring beïnvloeden elkaar. Door deze factoren in samenhang te bekijken, ontstaat een completer beeld van de kwaliteit en verwerkbaarheid van een partij.