19-03-2026 Aviko’s strategie voor rassenkeuze
Bij Aviko werken we continu aan het selecteren en introduceren van aardappelrassen die optimaal presteren in de hele keten: van teler tot tafel. Daarbij zoeken we steeds naar de juiste balans tussen productkwaliteit, agronomische prestaties en verwerkingsgeschiktheid. Die ideale combinatie verschilt per product en per teeltregio en ontwikkelt zich mee met nieuwe inzichten, markteisen en veranderende teeltomstandigheden. In dit artikel lichten we toe waar we op letten en hoe het selectieproces is ingericht.
Waar Aviko naar zoekt
Onze rassenkeuze sluit aan op Aviko’s groeistrategie voor toegevoegde‑waardeproducten, met oog voor zowel kwaliteit als algemene kostprijs. Elk productsegment vraagt om specifieke kwaliteitscriteria en dus om rassen met de juiste eigenschappen.
Daarnaast verschillen de teeltuitdagingen per regio. Bodemtype, weersomstandigheden en bodemgebonden ziekten en plagen bepalen welke rassen het beste passen. In sommige gebieden is bijvoorbeeld resistentie tegen nematoden essentieel, terwijl in andere regio’s juist droogtetolerantie of geschiktheid voor irrigatie doorslaggevend is. Vanuit teeltperspectief kijken we daarom naar eigenschappen als opbrengst en maatverdeling, resistenties, het risico op blauwgevoeligheid, onderwatergewicht (OWG) en bewaarbaarheid. Samen dragen deze kenmerken bij aan een stabiele teelt voor onze telers en aan de kwaliteit die verderop in de keten nodig is.
De kernvragen zijn daarbij steeds: welk ras presteert aantoonbaar beter dan de huidige rassen binnen een specifiek productsegment én past bij de regionale teeltomstandigheden? En welke rassencombinatie draagt bij aan een gezonde rotatie voor telers?
Het selectieproces van nieuwe rassen
In samenwerking met meer dan vijftien veredelaars selecteren we jaarlijks de meest veelbelovende rassen. Deze doorlopen een meerjarig selectieproces, dat start met veldproeven en wordt aangevuld met fabriekstesten.
Fase 1 – Kleine veldproeven
In de eerste fase testen we jaarlijks meer dan honderd rassen in kleine veldproeven. Deze fungeren als een belangrijke eerste selectie. Rassen worden beoordeeld binnen vooraf vastgestelde marktsegmenten, die in overleg met de veredelaars zijn gedefinieerd. Elk ras wordt vergeleken met een referentieras binnen hetzelfde segment. Alleen rassen die op één of meerdere eigenschappen duidelijk beter presteren, gaan door naar de volgende fase.
Beoordelingscriteria
Elke kandidaat wordt beoordeeld op een breed pakket aan criteria, waaronder:
Agronomisch
Opbrengst en maatverdeling
Gewasontwikkeling
Ziekteresistenties
Tolerantie voor waterstress
Bemestingsbehoefte
Gevoeligheid voor bodemgebonden ziekten
Industrieel / product
Onderwatergewicht (OWG)
Drogestofgehalte
Bakkwaliteit
Bewaarstabiliteit
Kleur en verkleuring na verwerking
Duurzaamheid en verbeterde resistenties tegen Phytophthora worden hierbij steeds belangrijker. Een centrale vraag hierbij is: kunnen we dankzij rasseninnovatie meer produceren met minder input?
Rassen die in het eerste jaar goed presteren, worden in het tweede jaar opnieuw getest om stabiliteit en de invloed van weersomstandigheden te bevestigen.
Fase 2 – Proeven bij telers en eerste fabriekstesten
Na de kleine veldproeven volgen volledige veldproeven bij telers. Zo beoordelen we de prestaties onder praktijkomstandigheden. Dit traject bestaat onder andere uit kleinschalige testproducties, veldbezoeken gedurende het seizoen, kwaliteitsanalyses en vergelijking met referentierassen. Ook toetsen we of de bijbehorende agronomische adviezen in de praktijk goed toepasbaar zijn.
Parallel hieraan vinden de eerste fabriekstesten plaats. Daarbij beoordelen we of het ras geschikt is voor verwerking. Bij positieve resultaten wordt het volume in het daaropvolgende jaar verhoogd om meer data te verzamelen. Wanneer de prestaties consistent goed blijven, wordt het ras commercieel verklaard.
Fase 3 – Commerciële fase
Rassen die deze fase bereiken, hebben hun waarde bewezen in zowel teelt als verwerking. De teelt wordt verder opgeschaald, met voortdurende monitoring van de prestaties.
Een ras is pas volledig gevalideerd wanneer er voldoende data, praktijkervaring en vertrouwen is opgebouwd om telers goed te ondersteunen bij grootschalige commerciële productie.