17-06-2026 Bijbemesting in aardappelen: dit is hét moment om scherp te zijn
De afgelopen weken zijn aardappelen hard gegroeid door voldoende vocht en hoge bodemtemperaturen. Dit zorgt niet alleen voor snelle gewasontwikkeling, maar ook voor een versnelde vrijgave van voedingsstoffen uit mest in de bodem.
Tegelijk wordt het lastiger om in te schatten wat er precies beschikbaar is. Juist in deze fase, waarin de behoefte snel toeneemt, is het belangrijk om kritisch te kijken naar bijbemesting: is het nodig, wanneer en in welke hoeveelheid?
Omdat mineralisatie sterk reageert op temperatuur en vocht, kan de situatie op het perceel snel veranderen. Timing is daarom bepalend.
Praktijkervaring met grond- en bladmonsters laat zien dat het combineren van deze metingen helpt om de actuele situatie beter in beeld te krijgen en gerichter bij te sturen.
Waarom dit steeds belangrijker wordt
Goede afstemming van bemesting wordt steeds belangrijker. Kunstmest is duurder, er wordt meer dierlijke mest gebruikt en normen worden strenger.
Tegelijk blijft mineralisatie moeilijk te voorspellen, omdat het bodemleven snel reageert op weersomstandigheden. Eén warme of natte week kan al een groot verschil maken. Dat vraagt om flexibel sturen in plaats van werken met een vast schema.
Wat zien we in de praktijk?
Uit praktijkervaring komen een aantal duidelijke aandachtspunten naar voren:
Gedeelde bemestingsgiften
Bemesting opdelen geeft vaak een betere benutting dan één gift. Het sluit beter aan bij de gewasbehoefte en verlaagt het risico op uitspoeling.Weersomstandigheden en gewasontwikkeling
Warm en vochtig weer zorgt vaak voor extra stikstofvrijgave. Droogte remt juist de opname.Voorgeschiedenis van het perceel
Na het scheuren van grasland komt vaak veel stikstof vrij, maar meestal pas later in het seizoen. Zeker bij recent gescheurd grasland vlak voor het poten kan deze stikstof te laat beschikbaar komen voor optimale opname. Houd hier rekening mee in timing en hoeveelheid.Vochtbeschikbaarheid
Zonder vocht neemt de plant geen nutriënten op. In droge omstandigheden heeft extra bemesting weinig effect. Vocht is in de praktijk vaak bepalender dan de hoeveelheid meststoffen.
Kijk breder dan alleen stikstof
De focus ligt vaak op stikstof, maar andere elementen zijn net zo belangrijk. Kalium speelt bijvoorbeeld een grote rol in de vochtvoorziening van de plant en is essentieel voor opbrengst, vooral in droge jaren. Ook verbetert het de kwaliteit (minder blauwgevoeligheid en betere bakkleur).
Vorig jaar was de kalibeschikbaarheid onvoldoende. Dit leidde tot meer blauw en beschadigingen, vooral bij grof groeiende rassen zoals Innovator, Lugano, Travolta, Agria en Donata.
Let op: een kaligift kan de stikstofopname remmen. Bepaal daarom eerst via een grondmonster of er voldoende stikstof beschikbaar is. Op basis daarvan kies je voor alleen kali of een combinatie met stikstof. Is ook stikstof nodig, dan heeft een mengmeststof de voorkeur.
Let op het juiste moment
De stikstofopname piekt rond vijf weken na opkomst (circa 40 kg N per week) en neemt daarna af. Bijbemesting moet dus op tijd gebeuren.
Praktische richtlijn:
Geen stikstof meer geven na ongeveer 8 weken na opkomst
Te laat bemesten kan leiden tot: lager onderwatergewicht, slechtere bakkleur, tragere afrijping, mindere bewaarbaarheid en meer uitspoeling van stikstof.
Tot slot
In deze fase van het seizoen is het belangrijk om uw perceel actief te blijven volgen en niet alleen te varen op het oorspronkelijke bemestingsplan. Door regelmatig de situatie in de bodem en het gewas te beoordelen – eventueel met grond- en bladanalyses – en dit te combineren met weersontwikkeling en vocht, houdt u zicht op de actuele nutriëntenbeschikbaarheid.
Op basis daarvan kan de bemesting waar nodig worden bijgestuurd in timing, hoeveelheid en samenstelling, zodat deze zo goed mogelijk aansluit bij de behoefte van het gewas en verliezen worden beperkt.